Waarom dragen we?

9 maanden lang voelde/hoorde je baby jouw hartslag, jouw stem, jouw warmte, jouw bewegingen en jouw geborgenheid. Na de geboorte is het dragen van je kleintje een heel natuurlijke vorm van geborgenheid. Je baby kan de wereld ontdekken op een veilige zachtaardige manier. Terug dicht bij je warmte, je bewegingen je stem en je geur.

Dragen is eerst en vooral gewoon aangenaam dicht bij je baby zijn.

 

Dragen bevordert de hechting tussen ouder en kind. In een draagdoek bevinden baby’s zich in een bekende omgeving. Ze zijn dichtbij en ruiken de bekende geur van de ouder, horen de hartslag, voelen de lichaamswarmte en voelen de bewegingen van de ouders. Door deze bekende omgeving zal een kindje zich rustig voelen en minder huilen. Het dragen biedt troost en ontspanning voor zowel ouder als baby. Ook geeft dragen een uitkomst wanneer je borstvoeding geeft. Door het nauwe contact wat je hebt met je baby, bevordert dit de aanmaak van oxytocine.

 

Als je op een correcte manier draagt, ondersteun je de lichamelijke ontwikkeling van je kindje. Dit heet ergonomisch dragen. In een draagdoek/draagzak heeft een baby een natuurlijke houding waarbij de beentjes ondersteund worden, de rug heeft daarbij een bolling en de heupjes worden gespreid. Doordat de heupjes gespreid zitten komen de knieën hoger dan de poep. Dit noem je de M houding of kikkerhouding.


Het dragen met een draagdoek/draagzak kan (wel in overleg met fysiotherapeut of arts) ook gebruikt worden als behandeling van heupproblemen. Doordat je loopt en beweegt, oefent je baby ook zijn/haar evenwicht en worden de spieren gebruikt, wat een positieve ivloed heeft op de ontwikkeling van de motoriek.

 

Wanneer een baby last heeft van krampjes of reflux biedt de draagdoek verlichting. De bewegingen en houding zorgen voor een betere spijsvertering en doorbloeding waardoor krampjes minder worden. Tijdens het dragen wordt de baby rechtop gedragen, dit helpt tegen reflux klachten.

Tijdens het dragen heb je ook je handen vrij voor andere dingen zoals bijvoorbeeld het huishouden of wanneer je meerdere kinderen hebt. Ook als vervoermiddel buitenshuis is het dragen van je kindje heel praktisch. Met de kinderwagen zijn veel plaatsten onbereikbaar.
Al dragend van de natuur genieten (met of zonder huisdieren) terwijl je kindje lekker dicht bij je is, wie vindt dat niet heerlijk.

 

In de natuur zijn er 3 grote groepen te onderscheiden nl: nestblijvers, nestvlieders en draaglingen

 

Nestblijvers:
Zij worden doof, blind en vaak ook naakt geboren. Ze zijn nog niet zelfstandig en worden gevoed met vetrijke moedermelk zodat ze lang verzadigd blijven. Dit is nodig want de jongen moeten vaak uren lang alleen blijven in het nest, omdat moeder op jacht gaat naar voedsel. De jongen moeten dan ook stil achterblijven in het nest om geen aandacht te trekken van eventuele roofdieren. Het nest geeft hen warmte en geborgenheid.
Voorbeelden hiervan zijn honden en katten.

 

Nestvlieders:
Zij zijn kleine miniatuuruitgaven van hun ouders. In tegenstelling tot de nestblijvers staan zij vrij snel rechtop na de geboorte en werken al hun zintuigen. Klaar om hun moeder overal te volgen. Ze schreeuwen om aandacht wanneer ze hun moeder niet kunnen zien. Nestvlieders worden gevoed met eiwitrijke moedermelk. Deze zorgt ervoor dat ze snel groeien.
Voorbeelden hiervan zijn paarden en koeien.

 

Draaglingen
Draaglingen worden hulpeloos geboren, maar wel met functionerende zintuigen. Ze worden gevoed met moedermelk die minder vet is dan die van nestblijvers en minder eiwitrijk dan die van nestvlieders. Daarentegen bevat de moedermelk veel meer koolhydraten. Dit is noodzakelijk voor de ontwikkeling van de hersenen. Draaglingen moeten dus regelmatig gevoed worden en door dicht bij de moeder te blijven verzekeren ze zich van voedsel, warmte en veiligheid. Een draagling die gescheiden wordt van zijn moeder zal dan ook direct schreeuwen om aandacht. Gescheiden worden van de moeder is voor een draagling levensgevaarlijk en het is dan ook belangrijk dat het contact met de moeder snel wordt hersteld.
Voorbeelden hiervan zijn apen, koala’s, kangoeroes... en dus ook de mens.

 

Bij de draaglingen maakt men een onderscheid tussen passieve en actieve draaglingen.


Passieve draaglingen
De kangoeroe is een voorbeeld hiervan. De eerste maanden zit of ligt het jong van de kangoeroe in de buidel bij zijn moeder zonder zich daarbij vast te hoeven houden. De poten van een kangoeroe zijn er niet op gebouwd om hun moeder vast te houden.

 

Actieve draaglingen
De aap is hiervan een voorbeeld. Ze houden zich actief met handen en voeten vast aan de moeder.

 

Ook mensenbaby’s zijn draaglingen. Ze hebben veel voedingen nodig en dit kan alleen wanneer ze zich dicht bij hun moeder bevinden. Ook op het vlak van bescherming is het nodig dat ze dicht bij hun moeder of verzorger zijn. Heel vaak gaan baby’s huilen wanneer ze vermoeden dat ze alleen zijn.


Baby’s beschikken ook over enkele reflexen en hebben fysieke kenmerken die gericht zijn om “gedragen” worden.

 

Reflexen bij baby’s

 

Moro reflex:
Alle baby’s vertonen vlak na hun geboorte dezelfde schrikreactie. Bij een plotseling geluid of een onverwachte beweging zal je baby zijn armen en benen wijd uitspreiden, alsof hij iets wil vastgrijpen. Daarna buigen ze langzaam weer naar binnen en balt je kind zijn vuistjes. Deze reflex eindigt met een heftige huilbui. De schrikreflex doet, samen met de grijpreflex, sterk denken aan de manier waarop babyaapjes reageren en zich vastgrijpen aan hun moeder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De grijpreflex: 
Als je een vinger in de handpalm van je baby legt, zal hij deze onmiddellijk stevig beetpakken. Dit is de grijpreflex van je baby. De greep van je baby is zo sterk, dat hij zijn hele gewicht kan dragen wanneer hij zich met beide handjes ergens aan vastgrijpt. Als je de voetzolen van je baby aait, reageert hij op precies dezelfde manier: de teentjes krullen naar binnen, waardoor je baby een grijpbeweging maakt met zijn voetje. Echt grijpen kan zo’n voetje natuurlijk niet meer, omdat de evolutie van de voet gericht is op het dragen van het lichaamsgewicht in rechtopstaande stand. Er is natuurlijk ook niets meer om naar te grijpen. Onze “vacht” zijn we door de eeuwen heen kwijt geraakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spread-squat reflex:
wanneer een baby wordt opgetild, spreidt en heft hij de beentjes op in een soort hurkstand, Deze positie bereidt de baby voor om gedragen te worden op de heup van de moeder. Anatomisch gezien is de hoek van de heup ideaal om de spreidpositie van de beentjes van de baby te ondersteunen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fysieke kenmerken
Bij een (pasgeboren) baby wijzen de handpalmen en voetzolen naar elkaar toe en de beentjes hebben een o-vorm. Dit maakt het voor de baby makkelijker om zich vast te grijpen.
Daarnaast vertoont de ruggengraat een volledige kromming, ook wel de C-vorm genoemd.

Als je de ruggengraat van een volwassene en die van een baby bekijkt heeft die van een volwassene een S-vorm en die van een baby een C-vorm. Bij de geboorte heeft de ruggengraat zich nog niet volledig ontwikkeld. De botten zijn nog buigzaam.
In de ruggengraat van een volwassene onderscheiden we twee krommingen. De eerste kromming bevindt zich bovenaan, ter hoogte van de nek. De tweede kromming bevindt zich onderaan, net boven de billen. De ruggengraat van een baby daarentegen is helemaal gebogen.
De eerste kromming in de ruggengraat van een baby wordt gevormd in de eerste maanden als hij nog in de buik van zijn moeder zit. Wanneer een baby op zijn buik ligt gaat hij zijn hoofd naar boven richten. Zo wordt de kromming bovenaan de ruggengraat gevormd. De tweede kromming, onderaan de ruggengraat, wordt gevormd wanneer de baby begint te kruipen.

Spread squat houding newborn - DraagGraag
Moro reflex - DraagGraag
grijpreflex - DraagGraag
Ondersteuning heupen, ruggegraat en nek, luchtwegen vrijhouden - DraagGraag
Natuurlijke houding bij baby's - DraagGraag
Evolutie van de ruggegraat bij baby's - DraagGraag
  • Instagram Clean
  • facebook
Ondersteuning heupen, ruggegraat en nek, luchtwegen vrijhouden - DraagGraag